Downshiften: rondkomen met (veel) minder geld

Jeanine_Schreurs_fotograaf_Sacha_RulandArtikel in Genoeg 79:

Moeten of willen leven met minder geld: het levert een ingrijpende, maar vrijwel altijd positieve ervaring op. Het onderzoek onder Genoeg-lezers van enkele jaren geleden toonde dat al aan. Jeanine Schreurs, voormalig hoofdredacteur van Genoeg, heeft het nu ook wetenschappelijk vastgesteld. Ze hoopt deze zomer te promoveren op het proefschrift Living with Less.

Tekst: Mar Oomen Beeld: Sacha Ruland


Als je net je baan kwijt bent en je merkt met hoeveel minder geld je iedere maand moet zien uit te komen, is het nog moeilijk voor te stellen. Maar er komt een dag dat je tegen jezelf zult zeggen: dat ontslag was een blessing in disguise. Het nieuwe leven is rustiger en zinvoller. Je neemt eindelijk de tijd voor de dingen die jij belangrijk vindt. Je blijkt over onvermoede talenten te beschikken.

Een terugval in inkomsten heeft, kortom, een louterende werking. Dat althans was de ervaring van Jeanine Schreurs (1953). Het blijkt ook uit de verhalen van mensen die aan haar onderzoek hebben meegedaan. Schreurs legt op dit moment de laatste hand aan haar proefschrift Living with Less, ofwel: leven met minder geld.

En of het allemaal nog niet mooi genoeg is: leven met minder geld is ook nog ‘goed voor het milieu’. Schreurs: ‘Er is een direct verband tussen minder consumeren en duurzaamheid. Dat vermoeden hadden we natuurlijk al, maar ik heb het nu ook wetenschappelijk kunnen aantonen. Mensen met minder geld kopen minder spullen, verbruiken minder energie, stappen minder vaak – of zelfs helemaal niet – in een vliegtuig.’

Schreurs begon met haar onderzoek in de tijd dat ze hoofdredacteur van Genoeg was. Ruim drie jaar geleden stuurde ze de lezers van Genoeg een uitgebreide lijst met vragen over het tijdschrift, maar vooral ook met vragen over hun uitgaven en inkomsten, hun opvattingen en leefgewoonten. Enkele jaren daarvoor was ze zelf enorm in inkomen achteruitgegaan. Zij wilde graag weten wat de ervaringen van anderen daarmee waren, en ze had zo’n vermoeden dat zich onder de lezers van Genoeg wel wat collega-downshifters zouden bevinden.


Downshifters?

‘Dat zijn mensen die, om welke reden dan ook, op een bepaald moment in hun leven minder geld zijn gaan uitgeven. In het begin verbond ik het begrip steeds aan een terugval in inkomen. Maar dat bleek een vooroordeel: ook zonder in inkomen achteruit te gaan, kun je besluiten minder uit te geven. Dat werd duidelijk uit het onderzoek onder Genoeg-lezers.’

Ruim duizend lezers namen de moeite om de lijsten in te vullen en terug te sturen. Maar liefst 740 daarvan waren inderdaad zogeheten downshifters. Toen Schreurs die groep nader bestudeerde, bleek dat bijna twee derde van hen – 461 mensen – vrijwillig was gaan matigen, terwijl van de helft van die groep het inkomen gelijk was gebleven, of zelfs was gestegen. 279 Deelnemers hadden noodgedwongen minder geld te besteden. Zij waren hun baan kwijtgeraakt, ziek geworden of hadden net een scheiding achter de rug.


Waarom gaan mensen vrijwillig minder geld uitgeven?

‘Om te sparen voor een huis of voor de studie van de kinderen, om minder te kunnen gaan werken, om zelf te kunnen gaan studeren: er zijn tal van redenen om te matigen. Overigens bestond de groep die vrijwillig ging consuminderen vooral uit hoger opgeleiden met een partner en een baan. De mensen die noodgedwongen in inkomen achteruitgingen, waren doorgaans wat ouder, alleenstaand en leefden van een uitkering of een pensioen.’


Hoeveel gingen ze gemiddeld in inkomen achteruit?

‘Voor beide groepen was dat ongeveer hetzelfde. Een derde van de deelnemers gaf 100 tot 250 euro per maand minder uit en een vijfde bespaarde per maand maar liefst 250 tot 500 euro. Waarop iedereen in eerste instantie bespaarde, kwam voor beide groepen ook aardig overeen: op restaurantbezoek, impulsaankopen, meubels en bijvoorbeeld kleding en boeken.

Bij nadere bestudering van de gegevens bleek dat met name de mensen die vrijwillig in inkomen achteruit waren gegaan, aan sommige zaken juist méér geld gingen uitgeven. Aan goede doelen bijvoorbeeld, aan gezond eten en aan persoonlijke ontwikkeling.

Je zou kunnen concluderen dat met matigen een verschuiving optreedt naar meer kwaliteit van leven. Vrijwel alle deelnemers zeiden minder materialistisch te zijn geworden, of eerder: anders materialistisch. Ze hadden meer waardering voor de spullen die ze bezaten, en waren blijer als ze iets nieuws kregen. Ik denk dat ik dat new materialism ga noemen, of: post-materialism.’


Autonoom

Maar het aardigst is toch, zegt Schreurs aan de lange, tweedehands kantoortafel in de ruime keuken van haar riante woning aan de Maas, dat ‘mensen die om welke reden dan ook besluiten minder geld uit te geven, autonoom handelende wezens zijn. Ze maken hun eigen keuzes, trekken zich weinig aan van wat andere mensen vinden.’

Hoe ze dat weet? Ze pakt haar onderzoek erbij en toont een vragenlijst. Frugality scale, staat erboven, wat zovveel betekent als spaarzaamheidsschaal, of matigheidsschaal. Het blijkt een lijst met vragen en stellingen die in de wetenschap gebruikt wordt om vast te stellen hoe zuinig iemand is. Schreurs heeft er voor haar eigen onderzoek twee stellingen aan toegevoegd: ‘Vergeleken met mensen in mijn omgeving ga ik gedisciplineerd met geld om en doe ik minder impulsaankopen’ en: ‘Ik probeer zo goed en zo kwaad als dat gaat mijn eigen leven te leiden en me niets aan te trekken van wat andere mensen vinden.’

Lees het volledige interview in Genoeg 79


Jeanine Schreurs: Living with Less. Op www.genoeg.nl wordt t.z.t. vermeld wanneer zij precies promoveert en waar haar proefschrift verkrijgbaar is.