Geld als religie

George orwell

COLUMN Gerard Borst

Geld als religie

Ooit gehoord van de roman ‘Houd de sanseferia hoog’ van
George Orwell? Het is veel minder bekend dan het alom
geprezen 1984, maar zeker zo interessant.

George Orwell

Het gaat over het denken en doen van een armoelijder uit principe. Hoofdpersoon Gordon Comstock heeft de wereld van het geld de oorlog verklaard. De roman 1984, Orwells lekkere hap voor politieke exegeten, werd een jaar of wat geleden uitgeroepen tot het definitieve boek van de twintigste eeuw. Het Britse dagblad The Guardian tekende voor de uitverkiezing. The Guardian is een kwaliteitskrant, dus wie ben ik om er iets tegen in te brengen. Maar daarmee is nog niet gezegd dat die aan alle kanten besnuffelde en bepotelde satire op het totalitarisme ook hét hoogtepunt is in George Orwells literaire oeuvre. Zelf heb ik altijd meer opgehad met de minder aan duidingsdrift ten prooi gevallen roman Houd de sanseferia hoog. Dit boek, een schildering van de tegenstelling dichter-burger, haalt met gemak de top-10 van mijn all time favorites.

Armoelijder uit principe

Houd de sanseferia hoog, gepubliceerd in 1936, gaat over het denken en doen van een armoelijder uit principe. Hoofdpersoon Gordon Comstock – ooit werkzaam in het lucratieve reclamevak, nu bediende in een achterafboekhandeltje – maakt zichzelf wijs als dichter door het leven te moeten. Tegen het gewone burgermansbestaan zegt hij onverbiddelijk ‘nee’. Burgerlui zijn geldvereerders, tot wier niveau de ware dichter zich niet verlaagt. Comstock weigert pertinent toe te treden tot de gelederen van die ‘ordelievende soldaten in het spitsuur-leger’, die zich voor de troon van het geld vernederen. Zo veroordeelt prinzipienreiter Comstock zich tot een leven in armoede, een leven dat hij in fraaie bespiegelingen op de staart probeert te trappen.

Aan Houd de sanseferia hoog wijdt Marco Daane enkele woorden in zijn onlangs verschenen boek Het spoor van Orwell. Daane is geen onverdeeld liefhebber van de roman: ‘Comstocks lamlendige houding jegens geld en het leven gaan de lezer op den duur hevig irriteren.’ Helemaal geen last van, beste Daane. Het zal wel de beroepsdeformatie van de geldonderzoeker zijn, maar ik kan er juist geen genoeg van krijgen.

Gluiperdje met een bolhoed

Comstock heeft de wereld van het geld de oorlog verklaard. Met de mensen die deze wereld met hart en ziel zijn toegewijd, heeft hij geen greintje affiniteit. Hij smaalt dat zij geld hebben verheven tot een religie. Geld is voor hen wat vroeger God was.

Zo’n geldgod-aanbidder wil Comstock niet zijn. Want dat betekent: ‘Gesetteld zijn, Hogerop Komen, je ziel verkopen voor een villa en een sanseferia! In zo’n typisch gluiperdje met een bolhoed veranderen, zo’n dociel manneke dat met de bus van kwart over zes wegglipt naar huis, naar zijn avondmaal van sudderlapjes en compôte uit blik, dat nog een half uurtje naar het B.B.C. Symfonieconcert luistert en dan misschien tot slot zijn vrouw mag pakken, als die tenminste “in de stemming” is!’

Comstocks geld-atheïsme is op den duur niet bestand tegen de omstandigheden. Na zowat zijn eigen ondergang te hebben bewerkstelligd, maakt hij volte face. Zijn vriendin raakt zwanger, hij trouwt met haar en beseft dat zijn principes zich tegen hem keren. Als gezinshoofd beziet Comstock, die wel degelijk over geldverdienend vermogen beschikt, de wereld voortaan door een burgermansbril.

Zo maakt scherpslijperij plaats voor een realistische omgang met de wereld. Overleven is schipperen. Principes zijn gevangenissen. Strikte consequentheid leidt tot de duivel.