Veertig dagen onverpakt – week 4

baby tussen de groenten

‘Toch maar een koe in je tuin?’ Genoeg-redacteur Ilse Ariëns grijpt de vastentijd aan om te kijken of het mogelijk is om boodschappen te doen zonder verpakkingen. Deze week drinkt ze melk – onverpakt natuurlijk – van Bertha en Clara.

De week waar ik het meest tegenop zag, werd de allerleukste week tot nu toe. In de vierde week zou ik me storten op de échte uitdagingen van ‘onverpakt’ te leven. Waar haal je bijvoorbeeld melk en boter vandaan? Dat was ook één van de eerste vragen die lezers me stelden. ‘Toch maar een koe in je tuin?’, vroeg iemand op Facebook. Het grappige is, ik bléek al een koe te hebben. Nou ja, niet in mijn tuin, maar wel op een weilandje aan het einde van mijn straat.

De stukjes voor Genoeg tik ik vanuit mijn thuiskantoor op de eerste verdieping van ons rijtjeshuis in Leiden. Vanachter mijn bureau kan ik tussen de huizen en auto’s door een stukje weiland zien waar in de lente en de zomer koeien grazen. Nu blijken die koeien blaarkoppen te zijn en leveranciers van héél beroemde kaas. Ooit gehoord van Boeren-Leidse met Sleutels? Die komt dus onder andere van de koeien van boer Theo. Hij blijkt ook heerlijke boter te hebben waarvan ik een groot blok koop op de markt van Warmond. Niet verpakkingsloos, maar wel veel minder afval: één dun boterpapiertje in plaats van vier plastic kuipjes. Boter kun je makkelijk in plakjes invriezen, dus we kunnen een hele tijd vooruit met smeren en bakken.

Nu zul je zeggen: dat jij die blaarkoppen vlakbij hebt, daar heb ik niets aan. Maar afgelopen weken leerde ik dat er veel mogelijk is, als je ernaar op zoek gaat. De sleutel vind je vaak bij lokale ondernemers: de veehouder, de molenaar, de fruitteler, de imker. Genoeg-collega Michiel Bussink schreef er vorig jaar een mooi boek over: Eten uit de buurt. Hij woont in een klein dorpje in het oosten van Nederland, ik in een stad in het westen en allebei lukt het ons om groenten en melk van de boer te krijgen en meel van de molenaar. Het contact met lokale producenten is goed voor iedereen, zegt Michiel Bussink. Het is goed voor de boer, goed voor het milieu en gezond voor jezelf. Je weet wat je eet. En je wordt er ook nog eens erg gelukkig van, merkte ik afgelopen week.

IMG_1197Zou er een boer zijn die mij losse melk wil verkopen, vroeg ik me af. Normaal zou ik het niet durven, maar nu bel ik een melkveehouder op die ik vorig jaar had zien figureren in de prachtige film Bodemboeren. Boer Corneel blijkt tot mijn grote verrassing een melktap te hebben, een soort koffiemachine waar je een euro in gooit en waar dan een liter melk uit komt. Zelfbediening, dus 7 dagen per week open! Op de eerste middag zonder regen fiets ik naar Hoogmade met drie lege flessen. De tap staat in een houten huisje naast de koeienstal. Terwijl ik erheen wandel komt net de vader van Corneel uit de stal. We raken aan de praat over koeien, over biologisch boeren en over weidevogelbeheer. Hij wijst me in het weiland een stukje plas-dras voor de grutto’s en laat me de koeien zien waar mijn melk vandaan komt. Nog vrolijk van de leuke ontmoeting fiets ik naar huis.

De melktap kun je vinden bij boerderijen door heel Nederland. Losse melk kun je vaak ook kopen in boerderijwinkels. Of vraag het gewoon eens bij een boer. In de buurt van Leiden vond ik zo al drie adressen waar ik terecht kon. De melk die je bij de boer koopt is rauw. ‘Ik drink hem al mijn hele leven en heb er nog nooit iets van opgelopen’, vertelt de dochter van de kaasboer. Maar je leest ook dat het drinken van rauwe melk gevaarlijk kan zijn. Voor de zekerheid kun je de melk pasteuriseren door hem minstens 15 seconden te verhitten op 72 graden. Van onverpakte melk kun je onverpakte yoghurt maken. En ben je toch bij de boer, dan kun je daar ook de zelf meegebrachte eierdoos laten vullen.

De melk van de biologische boer uit Hoogmade is heerlijk en ik neem me voor de tocht vaker te maken. Het is tien kilometer van mijn woonhuis en het kost dus best wat tijd en moeite. Eens per week naar de super rijden is ontegenzeglijk efficiënter dan langs boeren en langs kleine winkeltjes gaan. Maar je kunt het ook anders bekijken. Bewegen is gezond, buitenlucht ook. Je raakt stress kwijt en krijgt er leuke sociale contacten voor terug. Boodschappenkilometers op de fiets zijn dus hartstikke goed voor je. Ik zal niet drie keer per week naar de melktap fietsen, zeker niet door regen en kou, maar als ik nu mijn mountainbike of racefiets uit de schuur haal om te sporten, zal dat niet alleen meer zijn voor ‘zinloze’ rondjes. Ik heb voortaan een geweldig goede bestemming.

Lees verder: week 5

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn