Vakantie in een Tiny House

Voor elke douchebeurt en elke afwas moest ze zelf water oppompen. Best een klus, maar wel een erg leuke klus, vond Genoeg-redacteur Ilse Ariëns die deze zomer een off grid vakantiehuis huurde in Noorwegen. Maar thuis zo’n huisje? Ze weet het niet.

Over Tiny Houses wordt veel geschreven, maar in het echt zie je ze maar weinig. Ik kende ze alleen van duurzame evenementen zoals FabCity. Ik vond ze geweldig, die kleine houten huizen met eigen watervoorziening, composttoilet en zonnepanelen. En daar ben ik niet de enige in. Het internet staat vol met schattige off grid hutjes op meestal fabelachtig mooie plekken. Er zijn zelfs speciale communities voor cabinporn. De aantrekkingskracht zit ‘m in de beperking. Een overzichtelijk huis zonder rommelzolder of rommelschuur, met precies die dingen die je nodig hebt. Geen bordje of kopje teveel, alles op zijn plek, een met de natuur.

Deze zomer kreeg ik de kans om te ervaren of het echt zo ideaal is, zelfvoorzienend wonen in een klein houten huis. We huurden via AirBnB een hut in Noorwegen, met zonnepaneel, composttoilet en waterpomp. Met bij de beschrijving al wat disclaimers van de eigenaar. ‘Verwacht geen buitensporig comfort’ en ‘de geiser voor het warme water vertoont kuren’. Nu hadden wij al heel wat vakanties doorgebracht in koude, natte tentjes, dus we lieten ons niet afschrikken.

‘Alleen al een hete kop thee voerde de temperatuur in de hele hut op’

Ons vakantiehuisje bleek een tamelijk nieuw bouwsel van het Noorse merk Hedda. Een super geïsoleerde hut van lekker geurend blank hout, met enorme ramen van de vloer tot het plafond. Het bleek in de basis al een geweldig duurzaam bouwsel, want hoewel ’s nachts de temperatuur daalde tot 2 graden en we overdag een keer een enorme hagelbui op het dak kregen, bleef de temperatuur binnen aangenaam. Waarom al dat baksteen in Nederland, vroegen we ons af? Ook het ‘tiny’ speelde ongetwijfeld een rol. We hadden het gevoel dat alleen al een hete kop thee op tafel de temperatuur in de hele hut meteen opvoerde.

Off grid telt dubbel als het om duurzaamheid gaat, merkten we al snel. Je pompt heel duurzaam zelf grondwater op én je gebruikt ook nog eens veel minder water. Het was namelijk een hele exercitie om de watertank gevuld te krijgen. En met vijf minuten douchen was hij weer leeg. ‘Best een uitdaging als je zoals wij met vijf mensen bent’, schreef een gezin dat er eerder verbleef. Wij vonden het vooral een eyeopener. In Nederland heb je het idee dat schoon warm water oneindig op voorraad is. Off grid ervaar je dat het ergens vandaan komt, en dat het ook weer netjes moet worden afgevoerd.

Hoe netjes afvoeren gaat, konden we ook ervaren met het composttoilet. We kenden tot nu toe alleen de ouderwetse plee buiten in de tuin: een plank met een gat erin en daaronder een grote kuil. Het toilet in ons vakantiehuisje was van een heel andere orde. Het was een nette kunststof pot met een gat waarvan je – hoera – de bodem niet kon zien. Een vernuftig 12 volts afzuigsysteem maakte het toilet nog geurlozer dan een gemiddelde Hollandse wc. Spoelen was niet nodig, dus ook hier weer waterbesparing.

Was het alleen maar halleluja? Nee, want off grid is niet in alles per se duurzaam. Ons huisje had bijvoorbeeld maar één zonnepaneel dat 12 volts stroom leverde. Voldoende voor de ledverlichting, maar niet genoeg om een serieus elektrisch apparaat op te laten draaien. Geen strijkijzer dus, geen wasmachine, geen elektrisch fornuis. Voor koken was er een gastank, wassen deden we op de hand. Wilde je stoken, dan moest de houtkachel aan, uit het oogpunt van milieu niet de schoonste keus.

‘Ze staan nooit in een straat met rijtjeshuizen’

We waren erg gelukkig in ons Noorse tiny house. Zo knus, zo gezellig, zo lekker dicht bij de natuur, met uitzicht op bomen, weides en bergen. Maar of het iets is voor buiten de vakantie? De beperkte binnenruimte zou ons niets uitmaken; meneer Ariëns en ik verdragen elkaars gezelschap doorgaans goed. En als het moet kunnen we best toe met twee borden, vier boeken en drie truien. Water pompen? niet altijd handig, maar het kan. Toch is de euforie net wat minder als ik me voorstel hoe het is om in Nederland elke dag in een tiny huis te leven. Wat ontbreekt is dat ene grote ding dat alle tiny houses zo aantrekkelijk maakt: de locatie. Kijk er de cabinporn sites maar op na: tiny houses staan altijd in een sprookjesachtig bos, op een berghelling, aan een uitgestrekt spiegelend blauw meer. En nooit, echt nooit, in een straat als die van ons, met rijtjeshuizen en geparkeerde auto’s.

Delen:Share on FacebookTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedIn